Datasoevereiniteit is in korte tijd van een relatief onbekend begrip uitgegroeid tot een belangrijk onderwerp binnen IT-strategie. Tijdens de laatste Proact SYNC Livestream gingen experts van Proact en NetApp in gesprek over wat datasoevereiniteit echt betekent, waarom het nu zo actueel is en hoe organisaties hier concreet mee aan de slag kunnen.
De conclusie is duidelijk: datasoevereiniteit is geen hype, maar een structureel onderdeel van moderne IT en bedrijfsvoering.
Bekijk hier de opname van de livestream:
Waarom datasoevereiniteit nu centraal staat
Hoewel organisaties al jarenlang nadenken over waar data wordt opgeslagen en hoe systemen worden ingericht, is de aandacht voor datasoevereiniteit de afgelopen jaren sterk toegenomen. Dit komt door een combinatie van geopolitieke ontwikkelingen, veranderende wet- en regelgeving en een groeiend besef van afhankelijkheden van grote technologieproviders.
De discussie wordt bovendien gevoed door wetgeving zoals NIS2, maar ook door internationale spanningen en veranderende machtsverhoudingen. Waar organisaties eerder vooral keken naar functionaliteit en kosten, verschuift de focus nu steeds meer naar controle en risico.
Datasoevereiniteit gaat daardoor niet alleen over de locatie van data, maar vooral over de vraag in hoeverre organisaties daadwerkelijk grip hebben op hun gegevens, systemen en leveranciers.
Datasoevereiniteit draait om controle en autonomie
Een belangrijk inzicht uit de sessie is dat datasoevereiniteit in de kern draait om controle. Het gaat er niet alleen om waar data fysiek staat opgeslagen, maar vooral om wie er toegang toe heeft, onder welke wetgeving dit valt en in hoeverre je als organisatie zelf beslissingen kunt nemen.
Zelfs wanneer data binnen Europa blijft, betekent dit niet automatisch dat de organisatie volledig in controle is. Juridische aspecten, eigenaarschap van technologie en operationeel beheer spelen hierin een minstens zo grote rol. Datasoevereiniteit raakt daarmee direct aan autonomie: het vermogen om onafhankelijk te opereren zonder ongewenste afhankelijkheden.
Het Europese Cloud Framework als denkmodel
Om datasoevereiniteit concreet te maken, werd in de sessie het Europese cloudframework besproken. Dit model biedt organisaties een gestructureerde manier om na te denken over hun positie.
Het framework definieert verschillende niveaus van soevereiniteit, variërend van geen aandacht voor het onderwerp tot volledige controle over technologie, data en juridische aspecten. Die hoogste vorm van soevereiniteit is in de praktijk echter moeilijk – zo niet onmogelijk – te realiseren.
De kracht van het model zit daarom niet in het behalen van het hoogste niveau, maar in het creëren van een gemeenschappelijk denkraam. Het helpt organisaties om risico’s bespreekbaar te maken, keuzes te onderbouwen en een strategie te ontwikkelen die past bij hun specifieke situatie.
Geen standaardoplossing: keuzes zijn afhankelijk van context
Een van de belangrijkste conclusies is dat datasoevereiniteit geen uniforme aanpak kent. Wat voor de ene organisatie logisch is, kan voor de andere juist onnodig of inefficiënt zijn. De juiste keuzes hangen sterk af van het type organisatie, de aard van de data en de kritische bedrijfsprocessen.
Daarbij wordt steeds vaker gekeken per workload of applicatie. Niet alles hoeft onder dezelfde voorwaarden te vallen. Sommige systemen vereisen maximale controle, terwijl andere prima in een public cloudomgeving kunnen draaien, zolang de risico’s maar duidelijk zijn en bewust worden geaccepteerd.
De essentie zit dus niet in het vermijden van bepaalde technologieën, maar in het maken van weloverwogen keuzes.
De impact van NIS2 en regelgeving
Wetgeving speelt een belangrijke rol in het versnellen van deze ontwikkeling. Met name NIS2 zorgt ervoor dat datasoevereiniteit hoger op de agenda komt. Organisaties worden verplicht om risico’s inzichtelijk te maken en verantwoordelijkheid te nemen voor hun volledige keten, inclusief leveranciers.
Daarbij verschuift ook de verantwoordelijkheid steeds meer richting het bestuur. Datasoevereiniteit wordt daarmee niet alleen een IT-vraagstuk, maar een strategisch onderwerp op boardroomniveau.
Belangrijk is dat regelgeving niet voorschrijft hoe organisaties dit exact moeten oplossen. In plaats daarvan wordt verwacht dat zij aantoonbaar nadenken over risico’s en passende maatregelen nemen.
De realiteit: afhankelijkheid blijft bestaan
Hoewel de roep om meer autonomie groeit, blijft de realiteit dat volledige onafhankelijkheid nauwelijks haalbaar is. Veel technologie, zeker op het gebied van hardware en cloudplatformen, komt van buiten Europa. Bovendien zijn organisaties diep verweven in internationale toeleveringsketens.
Datasoevereiniteit betekent daarom niet dat organisaties afscheid moeten nemen van bestaande technologieën. Het gaat er juist om dat zij begrijpen waar afhankelijkheden zitten en welke risico’s daarbij horen. In de praktijk draait het om het vinden van een balans tussen controle, functionaliteit en kosten.
Vendor lock-in en de rol van alternatieven
Een belangrijke uitdaging is de mate van afhankelijkheid van grote platformen. Veel organisaties maken gebruik van geïntegreerde ecosystemen waarin applicaties, data en infrastructuur nauw met elkaar verbonden zijn. Dit maakt overstappen complex en kostbaar.
Alternatieven zoals open source spelen hierin een steeds grotere rol. Deze oplossingen bieden meer transparantie en flexibiliteit, maar vragen tegelijkertijd om een andere aanpak. Organisaties moeten zelf meer verantwoordelijkheid nemen of samenwerken met partijen die ondersteuning bieden.
In de praktijk ontstaat hierdoor vaak een hybride model, waarin gebruik wordt gemaakt van zowel commerciële oplossingen als open technologieën, gecombineerd met managed services.
Waar begin je als organisatie?
De sessie maakte duidelijk dat datasoevereiniteit niet begint met technologie, maar met inzicht. Organisaties moeten eerst begrijpen welke processen kritisch zijn, welke data daarbij hoort en welke risico’s zij lopen.
Op basis van die inzichten kunnen vervolgens keuzes worden gemaakt over waar en hoe systemen worden ingericht. Dit vraagt om een nauwe samenwerking tussen business en IT en vereist dat datasoevereiniteit als integraal onderdeel van de organisatie wordt benaderd.
Van bewustwording naar actie
Veel organisaties zijn zich inmiddels bewust van het belang van datasoevereiniteit. Toch blijft concrete uitvoering vaak achter. De huidige fase kan het beste worden omschreven als een periode van bewustwording en discussie.
De verwachting is dat dit de komende jaren zal verschuiven naar daadwerkelijke implementatie. Datasoevereiniteit zal daarmee steeds meer een vanzelfsprekend onderdeel worden van IT-strategie, vergelijkbaar met beveiliging of continuïteit.
Samenvattend komt het neer op het volgende: datasoevereiniteit draait om controle, niet alleen om locatie. Er bestaat geen standaardoplossing en elke organisatie moet haar eigen afweging maken op basis van risico, kosten en functionaliteit. Regelgeving zoals NIS2 versnelt deze ontwikkeling, terwijl afhankelijkheden van technologie blijven bestaan. De grootste uitdaging ligt niet in het begrijpen van het onderwerp, maar in het daadwerkelijk nemen van stappen.
De verwachting dat er over vijf jaar minder over datasoevereiniteit wordt gesproken, lijkt dan ook plausibel. Niet omdat het minder belangrijk wordt, maar juist omdat het een geïntegreerd en vanzelfsprekend onderdeel van de bedrijfsvoering is geworden.afhankelijkheden maakt dit een onderwerp dat de komende jaren alleen maar belangrijker wordt.